Breekjaar's Doe-iets-voor-een-ander week

Breekjaar's 'Doe-iets-voor-een-ander week'

'HET GAF EEN GOED GEVOEL IETS VOOR EEN ANDER TE DOEN'


Door: Annemarie Geersing

Kort geleden was het voor de deelnemers van Breekjaar in Utrecht Doe-Iets-Voor-Een-Ander-Week, een week waarin ze zich belangeloos inzetten voor een ander. Er werden auto’s gewassen, perenbomen gesnoeid van een oudere man die het zelf niet meer kan en werd er zelfgebakken taart gegeten met ouderen in een woonzorgcentrum. “Het gaf een goed gevoel iets voor een ander te doen.”

Je hoeft niet naar de andere kant van de wereld om iets goeds te doen voor een ander. Tegenover de locatie van Breekjaar Utrecht, een tussenjaar voor jongeren om te ontdekken wat ze echt willen, zit namelijk Woonzorgcentrum De Bijnkershoek, waar ouderen wonen die de ziekte van Alzheimer hebben. Acht jongeren van het tien maanden tussenjaar van Breekjaar gingen langs om taart met ze te eten, te kletsen en spelletjes te doen.  


Duifies, duifies

Het woonzorgcentrum is opgesplitst in huiskamers, waarover de Breekers zich met hun zelfgebakken taarten verdelen. Na de koffie met taart wordt er domino gespeeld met bewoners, kinderliedjes gezongen (duifies duifies, drie kleine kleutertjes - ‘ze houden in deze huiskamer niet van spelletjes’) en in een andere huiskamer stellen Breekers Jeffrey (16) en Inez (18) vragen uit een spel aan bewoners.

“Ik ben een Utrechtenaar,” antwoordt een man op de vraag ‘wie bent u?’. “Maar waar in Utrecht ik geboren ben, weet ik niet meer precies.” Een dame vertelt geboren te zijn in de Twijnstraat in Utrecht. “In een bakkersfamilie. Toen we later verhuisden moest ik wel een uur lopen om op school te komen.” Op de vraag ‘wat maakt je gelukkig’ wijst ze naar de man naast zich: “Deze man hier maakt me al zestig jaar gelukkig.” En de Breekers? Inez noemt haar vrienden en familie en Jeffrey geeft aan dat zijn passie sport is. “Dan moet je daar iets mee doen”, zegt de dame.

In een andere huiskamer zitten zeven ouderen en twee Breekers rond de tafel. De ouderen kijken geïnteresseerd naar de jongeren en als Babette (20) ‘drie kleine kleutertjes’ inzet, krijgt ze bijval van één van de dames. “Je ziet dat de ouderen van het gezelschap genieten,” zegt Sandra, die al achtentwintig jaar in De Bijnkershoek werkt. “Die dame daar zou normaal eigenlijk al op bed liggen, maar ze zit er nog steeds bij.”


Vluchtelingen

Het initiatief om bij het woonzorgcentrum langs te gaan is bij toeval ontstaan, vertelt Babette. “We wilden eigenlijk iets doen voor vluchtelingen, maar het lukte niet om dat vandaag al te kunnen doen. En dus hebben we bij De Bijnkershoek gevraagd of we langs mochten komen met taart en dat kon.”

Groepsleider Marie-Josée is blij met de extra aandacht voor de bewoners. “Morgen zijn ze het weer vergeten, maar je kunt zien dat de ouderen genieten van het stukje persoonlijke aandacht.” Wat Marie-Josée leuk vindt aan dit werk? “Het is een uitdaging om elke dag weer een fijne dag te maken voor de mensen,” zegt ze. “Dat doen we bijvoorbeeld door een stukje uit de krant voor te lezen of een spelletje te doen. Het zijn kleine dingen.”


Doelen stellen

Breekjaarcoach Roos hielp de groep voorbereiden voor deze week.“Binnen Breekjaar ben je natuurlijk veel bezig met je eigen ontwikkeling,” vertelt ze. “In de Doe-Iets-Voor-Een-Ander-Week committeer je je om belangeloos iets voor een ander te doen.” Het was ook belangrijk om doelen te stellen. “Zonder doel was je misschien drie auto’s,” zegt ze. “Maar als je doel is om zeven auto’s te wassen en het lukt je om er zes te wassen, dan is dat al een verdubbeling.”

Voor deze groep Breekers was het doel om vijf taarten te bakken en hiermee iets extra’s te doen voor een ander. “Het gaf een goed gevoel iets voor een ander te doen,” zegt Breeker Coos, “maar we zijn er wel naïef ingestapt. We hadden geen ervaring met deze doelgroep dus dat vonden we wel pittig.” Toch vindt ze het goed om deze andere wereld eens gezien te hebben. “We weten nu wat er aan de andere kant van de muur gebeurt, waar we dagelijks langsfietsen.”

Ook Breeker Casper geeft toe dat hij het wel lastig vond: “Ik vond het moeilijk om met de mensen te communiceren. Aan een man vroeg ik of hij aardappels bij zijn eten wilde, maar hij zei niks terug. Een andere vrouw was aardappels aan het schillen en vroeg bij elke aardappel of ze hem doormidden moest snijden. Zo wil ik later niet worden.” Jeffrey en Inez zijn het daarmee eens. “Mij gaf het wel voldoening,” zegt Niek. “Je moet er gewoon niet te zwaar over denken.”


Bij Breekjaar in Amsterdam werd 50 hectare strand plasticvrij gemaakt en 100 spullen verzameld voor vluchtelingen. De Utrechtse Breekers gingen later nog langs bij vluchtelingen om taarten langs te brengen. 

Zelf ook een Breekjaar ervaren? In september 2016 start het volgende Jaarprogramma. Wil je ons beter leren kennen? Kom dan naar een kennismakingsdag